wetzoeker

Artikel II — Veiligheidsmachtigingen voor het personeel Overeenkomst tussen Staten die partij zijn bij het Noordatlantisch Verdrag, tot samenwerking inzake atoomgegevens

Veiligheidsmachtigingen voor het personeel

A. Een persoon krijgt geen veiligheidsmachtiging voor toegang tot atoomgegevens tenzij is vastgesteld dat een dergelijke machtiging geen gevaar oplevert voor de veiligheid van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie of de nationale veiligheid van de lidstaten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.

B. Voordat toegang tot atoomgegevens wordt verleend, dient een verantwoordelijke autoriteit van de overheid waaronder de persoon die dergelijke toegang moet krijgen valt, vast te stellen of de betreffende persoon daarvoor in aanmerking komt (besluit tot het verlenen van een veiligheidsmachtiging).

C. Het besluit dat het verlenen van een veiligheidsmachtiging duidelijk in overeenstemming is met de veiligheidsbelangen dient te worden vastgesteld op basis van alle beschikbare gegevens. Voorafgaand aan deze vaststelling wordt een onderzoek ingesteld door de verantwoordelijke overheidsautoriteit. De daaruit verkregen gegevens worden beoordeeld aan de hand van de belangrijkste soorten schadelijke informatie die het in aanmerking komen van een persoon voor een veiligheidsmachtiging, zoals vervat in artikel III van het Confidential Supplement van 1 januari, 1991 bij C-M(55)15(Final), in twijfel kunnen trekken.

D. De minimale omvang en reikwijdte van het onderzoek dient in overeenstemming te zijn met de normen vervat in artikel II van het Confidential Supplement bij C-M(55)15(Final), met dien verstande dat er een veiligheidsonderzoek nodig is om toegang te kunnen krijgen tot atoomgegevens met de rubricering „Secret” voor personen anders dan leden van de strijdkrachten of het burgerpersoneel van de militaire inrichtingen van de lidstaten.

E. Elke inrichting waar atoomgegevens worden behandeld dient een afdoende registratie bij te houden van de veiligheidsmachtigingen van personen die gemachtigd zijn toegang te hebben tot deze gegevens in deze inrichting. Elke veiligheidsmachtiging wordt beoordeeld, naargelang van het geval, om te waarborgen dat deze in overeenstemming is met de normen die op dat moment op de werkzaamheden van de persoon van toepassing zijn, en worden met voorrang opnieuw onderzocht wanneer er informatie wordt ontvangen die erop duidt dat het voortzetten van de werkzaamheden waarbij toegang nodig is tot atoomgegevens mogelijk niet langer strookt met de veiligheidsbelangen.

F. In elke staat wordt er een effectieve liaison in stand gehouden tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor de nationale veiligheid en de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de besluiten omtrent de veiligheidsmachtigingen teneinde te verzekeren dat informatie die schadelijke gevolgen voor de toekenning van de veiligheidsmachtiging zou hebben maar pas na verlening ervan naar voren is gekomen onmiddellijk ter kennis wordt gebracht.

Regeling
Overeenkomst tussen Staten die partij zijn bij het Noordatlantisch Verdrag, tot samenwerking inzake atoomgegevens
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
12-03-1965
BWB-id
BWBV0004382
Versie
1965-03-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl