wetzoeker

Aanvullende overeenkomst bij het op 8 april 1960 voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland ondertekende Financiële Verdrag

Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-1963
Rechtsgebied
Financieel en economisch recht
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBV0004365
Versie
1963-08-01_0
SHA-256 bron
04dcc87a5d0b8c14822317faece972d9938846e7c078cf15750f0bd31fc42764

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Aanvullende overeenkomst bij het op 8 april 1960 voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland ondertekende Financiële Verdrag

Artikel 1

(1) In de gevallen die niet zijn geregeld door de leden 1 tot en met 3 van artikel 10 van het Financiële Verdrag zijn bij Duitse gerechten aanspraken, verweren, vorderingen in conventie en in reconventie en andere procedures niet toelaatbaar voor zover deze daarop zijn gebaseerd, dat de ingevolge Nederlandse maatregelen ter fine van herstelbetalingen of restitutie plaats gehad hebbende eigendomsovergang van aandeelhoudersrechten in Nederlandse naamloze vennootschappen met betrekking tot het vermogen van die naamloze vennootschappen in de Bondsrepubliek Duitsland, met inbegrip van het Land Berlijn, waaronder begrepen deelnemingen van die naamloze vennootschappen in Duitse vennootschappen met of zonder rechtspersoonlijkheid, geen of slechts een beperkte werking zou hebben gehad.

(2) Met betrekking tot het in lid 1 bedoelde vermogen bestaan geen rechten en belangen, directe noch indirecte, die daaruit zouden worden afgeleid, dat de in lid 1 bedoelde eigendomsovergang ten aanzien van dit vermogen geen of slechts een beperkte werking zou hebben gehad.

(3) De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van alle andere Nederlandse rechtspersonen in de zin van artikel 1 sub 4 van het Besluit Vijandelijk Vermogen.

Aanvullende overeenkomst bij het op 8 april 1960 voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland ondertekende Financiële Verdrag

Artikel 2

Deze Overeenkomst geldt eveneens voor het Land Berlijn, tenzij de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland binnen drie maanden na de inwerkingtreding van het Financiële Verdrag de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden mededeling doet van het tegendeel.

Aanvullende overeenkomst bij het op 8 april 1960 voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland ondertekende Financiële Verdrag

Artikel 3

Deze Overeenkomst moet worden bekrachtigd; de akten van bekrachtiging dienen zo spoedig mogelijk te Bonn te worden uitgewisseld.

Aanvullende overeenkomst bij het op 8 april 1960 voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland ondertekende Financiële Verdrag

Artikel 4

Deze Overeenkomst treedt een maand na de uitwisseling van de akten van bekrachtiging in werking. Zij maakt deel uit van het Financiële Verdrag.