wetzoeker

Artikel 51 Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen

FACILITEITEN, VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN MET BETREKKING TOT BEROEPS-CONSULAIRE AMBTENAREN EN ANDERE LEDEN VAN EEN CONSULAIRE POST

In geval van overlijden van een lid van de consulaire post of van een inwonend gezinslid, dient de ontvangende Staat:

(a) de uitvoer toe te staan van de roerende goederen van de overledene, met uitzondering van in die Staat verworven goederen waarvan de uitvoer op het tijdstip van zijn overlijden verboden is;

(b) geen landelijke, gewestelijke of gemeentelijke successierechten en overdrachtsrechten te heffen op roerende goederen, waarvan de aanwezigheid in de ontvangende Staat uitsluitend het gevolg was van de aanwezigheid aldaar van de overledene als lid van de consulaire post of als gezinslid van een lid van de consulaire post.

Regeling
Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
16-01-1986
BWB-id
BWBV0004334
Versie
1986-01-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl