wetzoeker

Bijlage A — bij de Overeenkomst tussen zekere Lid-Staten van de Organisatie en de Organisatie inzake de uitvoering van een bijzonder TD-project (deel 1) Overeenkomst tussen zekere Lid-Staten van de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek en de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek inzake de uitvoering van een bijzonder TD-project

bij de Overeenkomst tussen zekere Lid-Staten van de Organisatie en de Organisatie inzake de uitvoering van een bijzonder TD-project

Inhoud

1. Aan boord te nemen experimenten

2. Korte beschrijving van het ruimtevoertuig

3. Gebruik van kennis, gegevens en materiaal, verkregen uit de reeds verrichte werkzaamheden in het kader van het voorlopige contract inzake de satellieten TD-1 en TD-2

4. Tijdschema voor de voltooiing

5. Methoden en middelen van controle door de Organisatie

6. Clausule ter herziening van deze bijlage

1. AAN BOORD TE NEMEN EXPERIMENTEN

De satelliet TD-1 is bestemd voor het in de ruimte uitvoeren van een zevental wetenschappelijke experimenten.

Twee van deze experimenten zullen dienen voor de bestudering van het spectrum van harde solaire roentgenstralen. Hiertoe is het noodzakelijk dat een der assen van de satelliet voortdurend op de zon gericht blijft. Vier experimenten moeten binnen verschillende gedeelten van het electro-magnetische spectrum (ultraviolet en infrarood) de hemel aftasten ter bestudering van de uitstraling van sterren en andere galactische en wellicht extra-galactische krachtbronnen in verschillende gradaties van spectrale duidelijkheid en nauwkeurigheid van richting. Bij deze experimenten dient gebruik te worden gemaakt van de langzame en voortdurende roterende beweging van de naar de zon gerichte as van de satelliet. Eén experiment ten slotte dient voor het meten van de samenstelling van primaire kosmische deeltjes, afkomstig vanuit het heelal en de zon, van de van de zon afkomstige protongolven en van de protonen, vastgehouden binnen de Van Allengordels.

Een opsomming van de aan boord van de satelliet te nemen experimenten luidt als volgt:

Experimenten met solaire gamma- en roentgenstralen:

S.88 : Het aantonen van solaire gammastralen in de energie-zone van 50-300 mega-electronvolt

- Scintillator/fotomultiplicatorbuis

- Experiment te leveren door het Natuurkundig Instituut van de Universiteit van Milaan.

S.100 : Bestudering van solaire roentgenstralen in de energie-zone van 20-300 kilo-electronvolt

- Scintillator/ fotomultiplicatorbuis

- Experiment te leveren door het Laboratorium voor Ruimte-onderzoek van de Rijksuniversiteit te Utrecht.

Experimenten met de ultraviolette straling van sterren:

S.1/2/68 : Het in verschillende golflengtegebieden aftasten van de hemel in de zone tussen 1000 en 3000 ångstrom en in de infrarode zone

- Telescoop van 30 cm middellijn met daaraan verbonden spectrometer/ fotometers/ infrarood-verklikker

- Experiment te leveren door de Universiteit van Luik en de Koninklijke Sterrenwacht te Edinburgh.

S.59 : Ultraviolet Sterspectrograaf

- Telescoop met 26 cm middellijn en daaraan verbonden spectrofotometer

- Experiment te leveren door het Laboratorium voor Ruimte-onderzoek van de Rijksuniversiteit te Utrecht.

Experimenten met gamma- en roentgenstralen van sterren:

S.133 : Meting van gammastralen in de energie-zone van 70-300 mega-electronvolt

- Optische vonkenkamer/tellers/Vidicon televisieopname-apparatuur

- Experiment te leveren door het Natuurkundig Instituut van de Universiteit van Milaan tezamen met het Instituut voor natuurkunde der hemellichamen te München en het Nucleaire Studiecentrum te Saclay.

S.77 : Spectrometrie van de vanuit de kosmische ruimte afkomstige roentgenstralen in de energie-zone van 3-30 kilo-electronvolt

- Collimator voor roentgenstralen en proportionele tellers

- Experiment te leveren door het Nucleaire Studiecentrum te Saclay.

Experiment met de verdeling van kosmische stralingsladingen:

S.67 A : Spectrometrie van primair geladen deeltjes:

- Semi-automatische verklikkers en Cerenkov-teller

- Experiment te leveren door het Nucleaire Studiecentrum te Saclay.

De TD-1 satelliet dient zodanig te worden ontworpen, dat de uitvoering van de hierboven genoemde zeven experimenten mogelijk is. Indien tijdens de ontwikkeling van het project ernstige moeilijkheden het noodzakelijk maken de samenstelling van de nuttige lading te herzien, moet gehandeld worden volgens de normale procedure van de Organisatie betreffende wijzigingen van de nuttige lading, veroorzaakt door moeilijkheden gerezen tijdens de ontwikkeling van het project.

2. KORTE BESCHRIJVING VAN HET RUIMTEVOERTUIG

De satelliet bestaat in feite uit twee afdelingen, waarvan de eerste de experimenten bevat en het daaronder gemonteerde tweede compartiment de functionele uitrusting van de satelliet. De experimentenafdeling wordt opgebouwd rond de beide grote telescopen (S.l/2/68 en S.59) en de vonkenkamer (S.133). De uitrustingsafdeling bevat de uitrustingsstukken, nodig voor het functioneren van de satelliet, zoals bijvoorbeeld de secundaire hoogtemeter, het ontvangst- en decoderingstoestel voor afstandsbesturing, het secundaire systeem voor technische controle, het secundaire apparaat voor het opslaan en overbrengen van gegevens, de eenheden voor de transformatie, het opslaan en de distribuering van energie. De brandstof van de satelliet wordt geleverd door zonnecellen, gemonteerd op zonnepanelen, opgehangen aan de uiteinden van een der wanden van de satelliet. Deze wand wordt naar de zon gericht tijdens de omloopfase, waarin de satelliet door de zon wordt beschenen met een nauwkeurigheid van 1 boogminuut.

Overbrenging van afstandsbesturing en afstandsmeting dienen plaats te vinden binnen de VHF-band door middel van een antenne, bevestigd aan het einde van een uitschuifbare arm.

De afmetingen van de satelliet liggen in de orde van grootte van 1 x 0,9 x 2 meter. Zijn gewicht is ± 460 kg.

De satelliet moet door een Thor Delta-raket in een vrijwel cirkelvormige baan op ongeveer 550 kilometer hoogte worden gebracht. De helling van de baan en het tijdstip der lancering worden zodanig gekozen, dat de omloopbaan van de satelliet evenwijdig is aan de schijnbare omloopbaan van de zon. De satelliet wordt zodanig ontworpen, dat zij alleen in bedrijf komt tijdens de periode, waarin zij door de zon wordt beschenen en een maximale levensduur heeft van zes maanden.

Er dienen drie satellieten te worden vervaardigd:

- een eerste model (P1)

- een model ter goedkeuring (P2)

- het vliegmodel.

3. GEBRUIK VAN KENNIS, GEGEVENS EN MATERIAAL, VERKREGEN UIT DE REEDS VERRICHTE WERKZAAMHEDEN IN HET KADER VAN HET VOORLOPIGE CONTRACT INZAKE DE SATELLIETEN TD-1 en TD

Alle reeds in het kader van het voorlopige contract voor de satellieten TD-1 en TD-2 verzamelde kennis en gegevens, die zich hetzij bij de Organisatie, hetzij bij de contractant bevinden, worden, al naar mate zij van nut kunnen zijn voor de verwezenlijking van het onderhavige project, medegedeeld aan degenen, die verantwoordelijk zijn voor het TD-project. De reeds op basis van het voorlopige contract ontwikkelde apparatuur voor de satellieten TD-1 en TD-2 dient zoveel mogelijk te worden benut voor de verwezenlijking van het TD-project.

Het TD-project wordt zodanig uitgevoerd, dat ten volle gebruik wordt gemaakt van de in het kader van het voorlopige contract voor de TD-1 en TD-2 satellieten verkregen kennis en ontwikkelde apparatuur.

4. TIJDSCHEMA VOOR DE VOLTOOIING

De uitvoering van het TD-project geschiedt zodanig, dat de vroegst mogelijke lanceringsdatum wordt aangehouden die een goede kans biedt op een zo succesvol mogelijk functioneren van de satelliet in zijn omloopbaan. In het globale tijdschema dient rekening te worden gehouden met een redelijk tijdsverloop tussen de beëindiging van de proeven met het eerste model (P1) van de satelliet en de datum van aflevering van experimenten en uitrusting, die in het goedgekeurde model (P2) worden geplaatst.

In aanmerking genomen dat de satelliet zijn opdracht slechts kan vervullen indien de lancering plaatsvindt gedurende korte tijdvensters in de lente en de herfst van ieder jaar, moet worden gestreefd naar een lancering van de TD-satelliet in het voorjaar van 1972.

De Organisatie tracht de betrokken wetenschappelijke groepen bij te staan bij het volgen van een zo scherp mogelijk gesteld tijdschema, gericht op een lancering in het voorjaar van 1972.

5. METHODEN EN MIDDELEN VAN CONTROLE DOOR DE ORGANISATIE

Regeling
Overeenkomst tussen zekere Lid-Staten van de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek en de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek inzake de uitvoering van een bijzonder TD-project
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
21-07-1970
BWB-id
BWBV0004332
Versie
1970-07-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl