wetzoeker

Artikel 7 Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen

1 Het vlak van ledige inzinking, zoals dit in paragraaf 1 van artikel 4, in de aanvang van artikel 5 en in paragraaf 7 van artikel 6 van deze Bijlage wordt aangeduid, is het vlak overeenkomende met het wateroppervlak indien

a. het vaartuig geen brandstof of verplaatsbare ballast aan boord heeft doch slechts de uitrusting, de proviand en de bemanning die normaal aan boord zijn als het vaartuig vaart; alsmede het water, dat niet door gebruikelijke middelen uit het ruim kan worden verwijderd; de drinkwatervoorraad mag echter 0,5% van de grootste verplaatsing van het vaartuig niet overschrijden;

b. de werktuigen, ketels, pijpleidingen en installaties, nodig voor de voortstuwing of voor de noodzakelijke hulpwerktuigen, zomede voor verwarming of koeling, het water, de olie of de andere vloeistoffen bevatten waarvan zij in gewone omstandigheden worden voorzien om dienst te kunnen doen;

c. het vaartuig zich in zoet water bevindt, dat wil zeggen in water met een soortelijk gewicht gelijk aan 1.

2 Indien het vaartuig zich bij de meting niet in de toestand, omschreven in paragraaf 1 van dit artikel, bevindt, of niet in omstandigheden die leiden tot dezelfde inzinking en ongeveer dezelfde trimligging, moet het verschil in belasting en het verschil in soortelijk gewicht van het water in aanmerking worden genomen bij het maken van de berekeningen.

3 De gewichten aan boord die behoren bij de ledige inzinking moeten in de meetbrief worden vermeld.

Regeling
Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
14-08-1979
BWB-id
BWBV0004330
Versie
1979-08-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl