wetzoeker

Artikel 5 Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen

Voor de vaartuigen die niet bestemd zijn voor het vervoer van goederen kan men zich beperken tot het berekenen van de waterverplaatsing tot het vlak van de grootste toegelaten diepgang en tot het vlak van ledige inzinking of tot één van deze vlakken, in plaats van het uitvoeren van een meting volgens de voorschriften van artikel 4 van deze Bijlage.

Deze berekening moet worden uitgevoerd hetzij op basis van de meetkundige gegevens, verkregen aan het schip zelf of van de constructietekeningen, hetzij door voor de waterverplaatsing te nemen het produkt van de volheidscoëfficiënt en de drie volgende afmetingen van de romp:

a. de lengte, dat wil zeggen de afstand tussen de snijpunten van het langsscheepse middenvlak met de kromme lijn die het vlak van inzinking begrenst;

b. de maximum-breedte in het vlak van inzinking;

c. de gemiddelde inzinking, dat wil zeggen de verticale afstand tussen het vlak van inzinking en het laagste punt van de dwarsdoorsnede, gelegen op het midden van de onder a vermelde lengte;

deze afmetingen moeten worden bepaald, zonder rekening te houden met uitstekende delen van de romp, aan het vaartuig zelf of van de constructietekeningen, waarbij de aangenomen waarde van de volheidscoëfficiënt zodanig moet zijn als normaal voor het betreffende type vaartuig geldt; voor de vaartuigen met een scherpe vorm (passagiersschepen, sleepboten enz.) moet deze waarde, bij gebrek aan andere gegevens, op 0.7 gesteld worden.

Regeling
Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
14-08-1979
BWB-id
BWBV0004330
Versie
1979-08-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl