wetzoeker

Artikel 14 Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (OMPI/WIPO), zoals gewijzigd op 28 september 1979

1) De Staten bedoeld in artikel 5 kunnen partij bij dit Verdrag en lid van de Organisatie worden door:

i) ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, of

ii) ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, gevolgd door nederlegging van de akte van bekrachtiging, of

iii) nederlegging van een akte van toetreding.

2) Niettegenstaande andere bepalingen van dit Verdrag kan een Staat die partij is bij het Verdrag van Parijs, de Berner Conventie of deze beide Verdragen, slechts partij bij dit Verdrag worden wanneer hij, door bekrachtiging of toetreding, tegelijkertijd partij wordt bij, of voordien partij is geworden bij:

hetzij de Akte van Stockholm van het Verdrag van Parijs in haar geheel of met slechts de beperking bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder letter b) sub i), van genoemde Akte,

hetzij de Akte van Stockholm van de Berner Conventie in haar geheel of met slechts de beperking bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder letter b) sub i), van genoemde Akte.

3) De akten van bekrachtiging of toetreding worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal.

Regeling
Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (OMPI/WIPO), zoals gewijzigd op 28 september 1979
Afkortingen
OMPI/WIPO, WIPO-Verdrag
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-1984
BWB-id
BWBV0004328
Versie
1984-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl