wetzoeker

7 Verdrag inzake verkeerstekens

Beschrijving

a Op het teken waarmee het begin van een bebouwde kom wordt aangegeven, dient de naam van de bebouwde kom of het symbool met het silhouet van een bebouwde kom te worden aangebracht, of beide. Tekens E,7a, E,7b, E,7c en E,7d zijn voorbeelden van tekens waarmee het begin van een bebouwde kom wordt aangegeven.

b Het teken waarmee het einde van een bebouwde kom wordt aangegeven, dient identiek te zijn, behalve dat er een schuine roodgekleurde baan of parallel lopende roodgekleurde lijnen van de hoek rechtsboven naar de hoek linksonder lopen. Tekens E,8a, E,8b, E,8c en E,8d zijn voorbeelden van tekens waarmee het einde van een bebouwde kom wordt aangegeven.

Onverminderd de bepalingen van artikel 6, eerste lid, van dit Verdrag, kunnen deze tekens worden aangebracht op de achterkant van de tekens die het begin van een bebouwde kom aangeven.

c De in deze paragraaf behandelde tekens dienen te worden gebruikt in overeenstemming met de bepalingen van artikel 13bis, tweede lid, van dit Verdrag.

Regeling
Verdrag inzake verkeerstekens
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
08-11-2008
BWB-id
BWBV0004310
Versie
2008-11-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl