wetzoeker

11 Verdrag inzake verkeerstekens

Beschrijvingen

a Om aan te geven dat een pad bestemd is voor het gebruik door twee categorieën weggebruikers en verboden is voor overige weggebruikers, dient een gebodsteken te worden gebruikt waarop de twee symbolen zijn aangebracht voor de weggebruikers die het pad, aan het begin waarvan het teken is geplaatst, mogen gebruiken.

b In het geval dat de symbolen naast elkaar op het teken zijn geplaatst en zijn gescheiden door een verticale lijn door het midden van het teken, houdt elk symbool voor de desbetreffende categorie in dat het gedeelte van het pad moet worden gebruikt dat voor die categorie is bestemd, en voor de andere weggebruikers dat zij zich hierop niet mogen begeven; de twee gedeelten van het pad dienen duidelijk te worden gescheiden door middel van bebakening of markering.

c In het geval dat de symbolen onder elkaar zijn geplaatst, houdt het teken voor de desbetreffende categorieën weggebruikers in dat zij het pad gezamenlijk mogen gebruiken. De volgorde van de symbolen is facultatief. In de nationale wetgeving kan indien nodig worden geregeld op welke wijze de gezamenlijke gebruikers met elkaar rekening moeten houden.

Tekens D,11a en D,11b zijn voorbeelden van de combinatie van tekens D,4 en D,5.

Regeling
Verdrag inzake verkeerstekens
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
08-11-2008
BWB-id
BWBV0004310
Versie
2008-11-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl