wetzoeker

8 Verdrag inzake verkeerstekens

Beschrijvingen

a Het punt waar alle verboden ophouden die door verbodstekens zijn aangeduid ten aanzien van rijdende voertuigen, dient te worden aangegeven door teken C,17a EINDE VAN ALLE PLAATSELIJKE VERBODEN VOOR RIJDENDE VOERTUIGEN. Dit teken dient rond te zijn met een wit of geel vlak; het mag geen rand hebben ofwel alleen een smalle zwarte lijst en dient een schuine band te tonen, van rechts boven naar links onder, die zwart of grijs mag zijn of die kan bestaan uit zwarte of grijze evenwijdig lopende strepen.

b Het punt waar een bepaald verbod of een bepaalde beperking voor rijdende voertuigen ophoudt, dient te worden aangegeven door teken C,17b EINDE SNELHEIDSBEPERKING of C,17c EINDE INHAALVERBOD, of C17d EINDE INHAALVERBOD VOOR VRACHTVOERTUIGEN. Deze tekens dienen gelijk te zijn aan C,17a, maar dienen bovendien, in lichtgrijs, het symbool te tonen van het verbod of de beperking waaraan hier een eind is gekomen.

c Onverminderd de bepalingen van artikel 6, eerste lid, van dit Verdrag, kunnen de tekens bedoeld in deze paragraaf (8) worden aangebracht aan de achterkant van de tekens die het verbod of de beperking aanduiden en die zijn bedoeld voor het verkeer in tegengestelde richting.

Regeling
Verdrag inzake verkeerstekens
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
08-11-2008
BWB-id
BWBV0004310
Versie
2008-11-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl