wetzoeker

Artikel 9 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akten op het gebied van het burgerlijk recht

Indien een geding voor een gerecht van een van beide Staten aanhangig is en te voorzien is dat de beslissing over het onderwerp van dit geding in de andere Staat zal moeten worden erkend, moet het gerecht, waarbij een vordering over hetzelfde onderwerp tussen dezelfde partijen later is aanhangig gemaakt, de eiser niet ontvankelijk verklaren.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akten op het gebied van het burgerlijk recht
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-04-1966
BWB-id
BWBV0004290
Versie
1966-04-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl