wetzoeker

Artikel 19 Douaneovereenkomst inzake de tijdelijke invoer van pedagogisch materiaal

Slotbepalingen

1 Elke Staat kan, hetzij ten tijde van de ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, of van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding, hetzij daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad gerichte kennisgeving, verklaren dat deze Overeenkomst mede van toepassing zal zijn op alle of op bepaalde gebieden voor welker buitenlandse betrekkingen hij verantwoordelijk is, of waarvoor hij internationaal verantwoordelijk is. Deze kennisgeving wordt van kracht drie maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal van de Raad haar ontvangt. De Overeenkomst kan echter niet worden toegepast in de gebieden genoemd in de kennisgeving, voordat de Overeenkomst van kracht wordt ten aanzien van de betrokken Staat.

2 Elke Staat die met toepassing van het eerste lid van dit artikel heeft medegedeeld dat deze Overeenkomst mede wordt toegepast in een gebied voor welks buitenlandse betrekkingen hij verantwoordelijk is, of waarvoor hij internationaal verantwoordelijk is, kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 21 van deze Overeenkomst aan de Secretaris-Generaal van de Raad mededelen dat dit gebied de Overeenkomst niet langer zal toepassen.

Regeling
Douaneovereenkomst inzake de tijdelijke invoer van pedagogisch materiaal
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
06-09-1986
BWB-id
BWBV0004259
Versie
1986-09-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl