wetzoeker

Artikel 9 Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming

Dit artikel bepaalt dat de in-, uit- en doorvoer van alle vogels, levend of dood, alsmede van hun eieren en jongen, slechts wordt toegestaan met voorafgaande machtiging. Deze beperking vindt haar oorsprong in het feit, dat in de huidige situatie de in-, uit- en doorvoer van in het wild levende vogels weliswaar verboden is, doch dit verbod al te gemakkelijk omzeild wordt door het ten invoer aangeven van vogels als zijnde exotische vogels, terwijl het in feite gaat om in Benelux in het wild levende vogelsoorten. Door het instellen van de voorafgaande machtiging en het voorleggen van de nodige bewijsstukken zullen frauduleuze in- en uitvoerverklaringen ten zeerste bemoeilijkt worden.

Het instellen van dit systeem van voorafgaande machtiging berust tevens op de overweging dat sommige overzeese landen bepaalde vogelsoorten, die aldaar voorkomen, wensen te beschermen en daarom de uitvoer ervan verbieden. Ten einde bij te dragen tot de bescherming van deze vogelsoorten in die landen, zijn de Beneluxlanden van oordeel dat de invoer van deze soorten dient te worden gereglementeerd.

Regeling
Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-11-2021
BWB-id
BWBV0004239
Versie
2021-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl