wetzoeker

Nr. I Briefwisseling tussen de Nederlandse, de Belgische en de Luxemburgse Regering enerzijds, en de Pakistaanse Regering anderzijds inzake het gebruik van het zeemansboekje als reisdocument

Karachi, 15 juni 1967.

Mijnheer de Minister,

Wij hebben de eer te Uwer kennis te brengen dat de Regeringen der Beneluxlanden bereid zijn met de Pakistaanse Regering een Overeenkomst te sluiten inzake het gebruik van het zeemansboekje als reisdocument waarvan de inhoud Haar hierbij ter kennisneming moge worden voorgelegd:

„De Pakistaanse Regering enerzijds, en de Regeringen van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden anderzijds, gezamenlijk optredende overeenkomstig de bepalingen van de Overeenkomst van 11 april 1960 inzake de verlegging der personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied;

Verlangend het verkeer van zeelieden op hun gebied zoveel mogelijk te vereenvoudigen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Indien de Pakistaanse Regering bereid is met de Regeringen der Beneluxlanden een in bovenstaande bewoordingen vervatte Overeenkomst te sluiten, hebben wij de eer Uwer Excellentie voor te stellen dat deze brief en de door Uwe Excellentie aan ons te richten brieven van gelijke strekking de Overeenkomst tussen de Pakistaanse Regering en de Regeringen der Beneluxlanden vormen.

Gelief, Mijnheer de Minister, de verzekering van onze zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

Regeling
Briefwisseling tussen de Nederlandse, de Belgische en de Luxemburgse Regering enerzijds, en de Pakistaanse Regering anderzijds inzake het gebruik van het zeemansboekje als reisdocument
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-1967
BWB-id
BWBV0004238
Versie
1967-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl