wetzoeker

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake de exploitatie van op zichzelf staande geologische structuren die zich over de grenslijn op het continentale plat onder de Noordzee uitstrekken

Soort
Verdrag
Geldend vanaf
23-12-1966
Rechtsgebied
Agrarisch recht, Belastingrecht, Internationaal publiekrecht, Invoer en douane, Migratierecht, Ondernemingspraktijk, Vervoersrecht
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBV0004235
Versie
1966-12-23_0
SHA-256 bron
703359940492203202c788fe3ed2b4d016964e4fd4b7023e54608b611a6b9a2a

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake de exploitatie van op zichzelf staande geologische structuren die zich over de grenslijn op het continentale plat onder de Noordzee uitstrekken

Artikel 1

Indien eenzelfde geologische structuur of geologisch veld waarin aardolie of aardgas voorkomt zich over de grenslijn uitstrekt en het gedeelte van deze structuur of dit veld dat aan een zijde van de grenslijn is gelegen geheel of ten dele van de andere zijde van de grenslijn af kan worden geëxploiteerd, streven de Overeenkomstsluitende Partijen ernaar overeenstemming te bereiken zowel over de wijze waarop deze structuur of dit veld zo doelmatig mogelijk kan worden geexploiteerd als over de wijze waarop de kosten en opbrengsten die daarmede verband houden zullen worden verdeeld, na de betrokken vergunninghouders, voorzover die er zijn, te hebben uitgenodigd om onderling overeengekomen voorstellen in te dienen.

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake de exploitatie van op zichzelf staande geologische structuren die zich over de grenslijn op het continentale plat onder de Noordzee uitstrekken

Artikel 2

Indien een structuur of veld bedoeld in artikel 1 van deze Overeenkomst van dien aard is, dat het ontbreken van overeenstemming tussen de Overeenkomstsluitende Partijen een maximale uiteindelijke opbrengst uit het delfstofvoorkomen zou verhinderen dan wel zou leiden tot onnodige concurrentie bij het boren, wordt elke aangelegenheid betreffende de wijze, waarop de structuur of het veld zal worden geëxploiteerd of waarop de kosten en opbrengsten die daarmee verband houden zullen worden verdeeld, en ten aanzien waarvan de Overeenkomstsluitende Partijen geen overeenstemming kunnen bereiken, op verzoek van een van beide Partijen voorgelegd aan een scheidsrechter die door de Overeenkomstsluitende Partijen gezamenlijk wordt benoemd. De beslissing van de scheidsrechter is bindend voor de Overeenkomstsluitende Partijen.

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake de exploitatie van op zichzelf staande geologische structuren die zich over de grenslijn op het continentale plat onder de Noordzee uitstrekken

Artikel 3

De Overeenkomstsluitende Partijen plegen op verzoek van een van hen overleg over de uitbreiding van deze Overeenkomst tot andere dan de in artikel 1 van deze Overeenkomst bedoelde delfstofafzettingen.

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake de exploitatie van op zichzelf staande geologische structuren die zich over de grenslijn op het continentale plat onder de Noordzee uitstrekken

Artikel 4

1 Deze Overeenkomst wordt bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage uitgewisseld.

2 Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum van de uitwisseling van de akten van bekrachtiging.

3 Elk der beide Overeenkomstsluitende Partijen kan deze Overeenkomst beëindigen door daarvan aan de andere Partij tenminste twaalf maanden tevoren schriftelijk kennis te geven.

4 Indien op het tijstip van de beëindiging van deze Overeenkomst een aangelegenheid is voorgelegd aan een scheidsrechter overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst, zal het scheidsrechtelijk geding worden voltooid overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst of van elke haar vervangende overeenkomst waaromtrent de Overeenkomstsluitende Partijen overeenstemming hebben bereikt.