wetzoeker

Artikel 18 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken

Bijzondere bepalingen

(1) Indien een zaak voor het gerecht van een der beide Staten aanhangig is en de beslissing in die zaak in de andere Staat zal moeten worden erkend, dan moet een gerecht van deze Staat in een geding dat bij dit gerecht over hetzelfde onderwerp en tussen dezelfde partijen naderhand aanhangig wordt, de niet-ontvankelijkheid uitspreken.

(2) Evenwel kunnen de bevoegde autoriteiten van elk der beide Staten in spoedeisende gevallen verlof geven tot het treffen van de in hun interne recht voorziene voorlopige maatregelen, daaronder begrepen maatregelen tot bewaring van recht, en wel ongeacht bij welk gerecht de hoofdzaak aanhangig is.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-09-1965
BWB-id
BWBV0004221
Versie
1965-09-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl