wetzoeker

Artikel 14 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken

Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen

(1) Tegen een beslissing waarbij een verlof tot tenuitvoerlegging is verleend, kan de schuldenaar aanvoeren:

a) dat het verlof tot tenuitvoerlegging niet had mogen worden gegeven;

b) dat een van de in artikel 2, onder c, genoemde weigeringsgronden aanwezig is;

c) dat hij tegen de vordering zelf nog verweren kan inbrengen op gronden, die eerst na de uitspraak van de rechterlijke beslissing zijn ontstaan.

(2) Het geding waarin deze verweren kunnen worden aangevoerd, wordt geregeld door het recht van de Staat waar de tenuitvoerlegging moet plaatsvinden.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-09-1965
BWB-id
BWBV0004221
Versie
1965-09-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl