wetzoeker

Artikel 11 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken

Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen

(1) Bij zijn beslissing op het verzoek tot afgifte van een verlof tot tenuitvoerlegging bepaalt het aangezochte gerecht zich ertoe te onderzoeken

a) of de ingevolge artikel 10 vereiste stukken zijn overgelegd;

b) of een van de in artikel 2, onder a en b, of artikel 3, lid 2, genoemde weigeringsgronden aanwezig is.

(2) De beslissing waarop het verlof tot tenuitvoerlegging moet worden gegeven, mag in geen geval getoetst worden op haar juistheid.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-09-1965
BWB-id
BWBV0004221
Versie
1965-09-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl