wetzoeker

Nr. I Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Duitse Bondsregering betreffende de gelding van verdragen

AMBASSADE VAN HET KONINKRIJK

DER NEDERLANDEN

Bonn, 26 juli 1961

Mijnheer de Minister,

Ik heb de eer Uwer Excellentie mede te delen, dat aan Nederlandse zijde enige onzekerheid bestaat over de werking van de overeenkomsten die op 9 mei 1940 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Duitse Rijk van kracht waren en die in de tussentijd noch opgeheven noch vervangen of op andere wijze achterhaald zijn.

Daar de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden deze onzekerheid voor de toekomst uit de weg wenst te ruimen, heeft zij de eer mede te delen, dat zij deze overeenkomsten zal toepassen tegenover de Bondsrepubliek Duitsland met inbegrip van het „Land” Berlijn, voor zover deze overeenkomsten niet reeds op een vroeger tijdstip van toepassing zijn geworden op grond van bijzondere akkoorden of volgens algemene beginselen van volkenrecht.

Ik verzoek Uwer Excellentie de bovenstaande verklaring te willen bevestigen.

Deze verklaring zal in werking treden op de dag waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aan de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland mededeelt, dat de constitutionele vereisten hiervoor in het Koninkrijk der Nederlanden zijn vervuld.

Gelief, Mijnheer de Minister, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) R. FACK

Aan Zijne Excellentie

Dr H. van Brentano,

Bondsminister van Buitenlandse Zaken

van de Bondsrepubliek Duitsland

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Duitse Bondsregering betreffende de gelding van verdragen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
15-01-1962
BWB-id
BWBV0004203
Versie
1962-01-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl