wetzoeker

Nr. II Notawisseling tussen de Nederlandse en de Ecuadoriaanse Regering inzake de afschaffing van visa

REPUBLIEK ECUADOR

MINISTERIE VAN BUITENLANDSE

BETREKKINGEN

No. 3 ATJ-DC/DAO-T

Quito, 21 januari 1963.

Mijnheer de Zaakgelastigde,

Ik heb de eer te verwijzen naar de nota dd. 10 dezer, kenmerk 80, bij welke nota U Hoogedelgestrenge mij doet weten dat teneinde de ontwikkeling van het toeristenverkeer en de handelsbetrekkingen tussen Ecuador en het Koninkrijk der Nederlanden te bevorderen, de Regering van U Hoogedelgestrenge U heeft opgedragen aan de Ecuadoriaanse Regering het sluiten van een overeenkomst nopens de regeling van visa voor te stellen, gebaseerd op de hiernavolgende bepalingen:

(zoals in Nr. I)

2. Namens de Ecuadoriaanse Regering, dezelfde door U Hoogedelgestrenge uitgesproken hoge bedoelingen aanhalende en de terzake door de Senaat van de Republiek genomen resolutie van 30 oktober 1962 in acht nemende, moge ik de totstandkoming van de voorgestelde overeenkomst volgens de vermelde bewoordingen aanvaarden.

3. Dienovereenkomstig vormen Uw nota van 10 januari 1963, No. 80, en deze antwoordnota, de Overeenkomst nopens de regeling van visa tussen de Regeringen van Ecuador en van het Koninkrijk der Nederlanden.

Gelief, Hoogedelgestrenge Heer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) BENJAMÍN PERALTA PÁEZ,

Minister van Buitenlandse Zaken.

Aan de Heer Jean van Campen,

Tijdelijk Zaakgelastigde der Nederlanden,

Alhier

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse en de Ecuadoriaanse Regering inzake de afschaffing van visa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
05-06-1964
BWB-id
BWBV0004189
Versie
1964-06-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl