Nr. I Notawisseling tussen de Nederlandse en de Ecuadoriaanse Regering inzake de afschaffing van visa
AMBASSADE VAN HET KONINKRIJK
DER NEDERLANDEN
No. 80
Quito, 10 januari 1963.
Mijnheer de Minister,
Ik heb de eer U mede te delen dat, ten einde de ontwikkeling van het toeristen verkeer en de handelsbetrekkingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Ecuador te bevorderen, mij is opgedragen Uwer Excellentie het sluiten van een overeenkomst voor te stellen, die is gebaseerd op de hiernavolgende bepalingen:
1) Nederlandse onderdanen die in het bezit zijn van een geldig nationaal paspoort kunnen Ecuador binnenkomen, aldaar verblijven en er doorheen reizen zonder verplicht te zijn, zich in het bezit te stellen van een visum.
2) Onderdanen van Ecuador die in het bezit zijn van een geldig nationaal paspoort, kunnen het Koninkrijk der Nederlanden binnenkomen, aldaar verblijven en er doorheen reizen zonder verplicht te zijn, zich in het bezit te stellen van een visum.
3) Onderdanen van Ecuador die gedurende een tijdvak van meer dan drie maanden in het Koninkrijk der Nederlanden wensen te verblijven, dienen zich vóór hun vertrek in het bezit te stellen van een voorlopige verblijfsvergunning door deze aan te vragen bij de bevoegde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger.
4) De afschaffing van de visumplicht stelt de onderdanen van Ecuador noch de Nederlandse onderdanen, die zich onderscheidenlijk naar Ecuador of het Koninkrijk der Nederlanden begeven, vrij van de verplichting zich te houden aan de wetten en reglementen voor buitenlanders ten aanzien van binnenkomst, verblijf, vestiging en uitoefening van een zelfstandige dan wel bezoldigde winstgevende bezigheid.
5) Overeengekomen wordt dat de afschaffing van de visumplicht ook vrijstelling inhoudt van de verplichting zich te voorzien van een uitreisvisum of enige andere formaliteit te vervullen om beide landen te verlaten.
6) Elk der Partijen verplicht zich om te allen tijde en zonder enige formaliteit de personen die, gebruik makend van de bepalingen van deze overeenkomst, het grondgebied van de andere Partij waren binnengekomen, weder toe te laten. Deze maatstaf zal zelfs in het geval waarin hun nationaliteit in twijfel wordt getrokken, worden aangelegd.
7) De Nederlandse autoriteiten en de autoriteiten van Ecuador behouden zich het recht voor om de toegang tot hun grondgebied te ontzeggen aan elke persoon die zij als ongewenst beschouwen.
8) Deze overeenkomst wordt van 1 februari 1963 af voorlopig toegepast. Zij treedt definitief in werking 10 dagen na de datum waarop de Regering van het Koninklijk der Nederlanden de Regering van Ecuador heeft medegedeeld dat de in Nederland grondwettelijk vereiste goedkeuring is verkregen.
9) Elk der Partijen kan deze Overeenkomst tijdelijk schorsen om redenen van openbare orde of veiligheid en deze schorsing dient onmiddellijk langs diplomatieke weg aan de andere Partij te worden medegedeeld.
10) Elk der Partijen kan deze Overeenkomst met inachtneming van een opzeggingstermijn van een maand opzeggen.
Indien de Regering van Ecuador bereid is met de Nederlandse Regering een regeling te treffen overeenkomstig bovengenoemde bepalingen, heb ik de eer Uwer Excellentie voor te stellen, dat deze nota en de nota van gelijke strekking die Uwe Excellentie wel aan mij zal willen richten, een overeenkomst terzake tussen onze beide Regeringen zullen vormen.
Gelief, Mijnheer de Minister, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.
(w.g.) JEAN VAN CAMPEN.
De Tijdelijk Zaakgelastigde der Nederlanden.
Aan Zijne Excellentie
Dr. Benjamín Peralta Páez,
Minister van Buitenlandse Zaken,
Quito.
- Regeling
- Notawisseling tussen de Nederlandse en de Ecuadoriaanse Regering inzake de afschaffing van visa
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 05-06-1964
- BWB-id
- BWBV0004189
- Versie
- 1964-06-05_0