wetzoeker

Artikel 31 Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

1 De partijen komen overeen justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken te ontwikkelen, met name wat betreft de ratificatie en toepassing van multilaterale verdragen inzake samenwerking in burgerlijke zaken, waaronder de verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht op het gebied van internationale juridische samenwerking en procesvoering alsmede de bescherming van kinderen.

2 De partijen komen overeen arbitrale beslechting van civiele en particuliere handelsgeschillen waar mogelijk te faciliteren en aan te moedigen, overeenkomstig de toepasselijke internationale instrumenten.

3 Wat de justitiële samenwerking in strafzaken betreft, streven de partijen naar verbetering van de regeling inzake wederzijdse juridische bijstand en uitlevering. Dit kan inhouden, de toetreding tot en de toepassing van de desbetreffende internationale instrumenten van de Verenigde Naties, waaronder het in artikel 6 van deze overeenkomst bedoelde Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof.

Regeling
Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2014
BWB-id
BWBV0004159
Versie
2014-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl