wetzoeker

Artikel 10 Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF)

§ 1 De verlening van een technisch certificaat is afhankelijk van het constructietype van een voertuig of het voertuig zelf.

§ 2 [gereserveerd]

§ 3 Een aanvraag van een technisch certificaat kan ingediend worden bij de bevoegde autoriteit van elke Verdragsstaat.

§ 3a Een aanvraag voor een beoordeling en afgifte van de overeenkomstige UTP-certificaten en -verklaringen kan worden ingediend bij een beoordelende entiteit waaraan een bevoegde autoriteit geheel of gedeeltelijk de bevoegdheid voor het uitvoeren van beoordelingen heeft overgedragen, overeenkomstig artikel 5, § 2.

§ 4 Indien artikel 6, § 4 van toepassing is op het voertuig, vermeldt de aanvrager het gebruiksgebied met de Verdragsstaten (of in voorkomend geval, de lijnen) waarvoor technische certificaten vereist zijn om het vrije verkeer te waarborgen; in dit geval moeten de bevoegde autoriteiten en beoordelende entiteiten samenwerken teneinde de procedure voor de aanvrager te vergemakkelijken.

Indien artikel 6, § 3, van toepassing is op het voertuig, omvat het gebruiksgebied alle Verdragsstaten.

Indien de aanvrager het gebruiksgebied van een voertuig dat al is toegelaten voor gebruik wil uitbreiden, actualiseert hij het dossier van het voertuig met betrekking tot het bijkomende gebruiksgebied en volgt daarbij de procedure beschreven in artikel 6, § 4.

§ 5 Alle kosten die voortvloeien uit de toelatingsprocedure komen ten laste van de aanvrager, tenzij anders is voorzien in de wetten en voorschriften die van kracht zijn in de Staat waar de gebruikstoelating wordt afgegeven. Het afgeven van gebruikstoelatingen door de bevoegde autoriteit met winstoogmerk is verboden.

§ 5a Alle beslissingen, beoordelingen, tests, etc. geschieden op non-discriminatoire wijze.

§ 6 De aanvrager stelt een technisch dossier op met de volgens de relevante UTP’s vereiste gegevens en voegt deze bij zijn aanvraag. De beoordelende entiteit stelt het technisch dossier samen.

§ 7 Elke uitgevoerde beoordeling wordt door de beoordelende entiteit beschreven in een beoordelingsrapport ter onderbouwing van de uitgevoerde beoordelingen en vermeldt de bepalingen op grond waarvan het object is beoordeeld en of de beoordeling positief of negatief is.

§ 8 Bij de aanvraag van een gebruikscertificaat via de procedure voor technische toelating (artikel 4, § 1, onderdeel b.) wordt het certificaat van het typeontwerp, opgesteld in overeenstemming met artikel 11, § 2, gevoegd en wordt op adequate wijze aangetoond dat de voertuigen waarvoor een gebruikscertificaat wordt aangevraagd overeenkomen met dat constructietype.

Voor nieuwe voertuigen kan dit passend worden aangetoond door de afgifte van een UTP-verificatiecertificaat door een beoordelende entiteit overeenkomstig de relevante UTP.

§ 9 Een technisch certificaat wordt in principe voor onbepaalde tijd verleend; het kan van algemene of beperkte strekking zijn.

§ 10 Indien de relevante bepalingen in de voorschriften vermeld in artikel 7 op grond waarvan een constructietype is toegelaten zijn gewijzigd en er in de UTP’s of in nationale technische specificaties die volgens artikel 12 van de APTU geldig zijn, geen relevante overgangsbepalingen vastgesteld worden, beslist de Verdragsstaat waarin het certificaat van het typeontwerp is afgegeven na overleg met de andere Staten waarin het certificaat geldig is volgens artikel 6, of het certificaat onverkort geldig kan blijven dan wel moet worden vernieuwd voor de toelating van nieuwe voertuigen volgens dat type. De te controleren criteria bij vernieuwing van een toelating van een constructietype mogen alleen de gewijzigde bepalingen omvatten. De genoemde aanpassing laat reeds verleende gebruikstoelatingen op grond van eerder toegelaten types onverlet.

§ 11 Bij vernieuwing of verbetering van bestaande voertuigen is een nieuwe gebruikstoelating nodig indien:

a. vanwege de aangebrachte wijzigingen niet wordt voldaan aan de grenswaarden van de parameters vervat in de UTP’s en in voorkomend geval in de nationale technische specificaties die overeenkomstig artikel 12 van de APTU geldig zijn teneinde te onderzoeken of het voertuig en het gebruiksgebied technisch compatibel zijn;

b. door de wijzigingen het algehele veiligheidsniveau van het desbetreffende subsysteem wordt verminderd;

c. deze in de desbetreffende UTP’s vereist is.

Indien een nieuwe gebruikstoelating nodig is, stuurt de aanvrager de desbetreffende Verdragsstaat een dossier waarin het project wordt beschreven. De Verdragsstaat beslist in hoeverre de bepalingen van de desbetreffende UTP’s op het project moeten worden toegepast.

De Verdragsstaat neemt zijn beslissing uiterlijk vier maanden na de indiening van het volledige dossier door de aanvrager.

Indien een nieuwe toelating vereist is en indien de UTP’s niet volledig worden toegepast, moet het voertuig aan een nieuwe toelating worden onderworpen waarop de voorwaarden van artikel 6, § 4 van toepassing zijn en stelt de Verdragsstaat de Secretaris-Generaal in kennis van:

a. de reden waarom een UTP niet volledig wordt toegepast,

b. de technische criteria die in plaats van de UTP’s van toepassing zijn,

c. de organen die verantwoordelijk zijn voor het beoordelen van de onder b bedoelde technische criteria.

De Secretaris-Generaal publiceert de informatie waarvan kennisgeving is gedaan op de website van de Organisatie.

§ 12 § 11 is van overeenkomstige toepassing op een certificaat van het typeontwerp en elke verklaring betreffende de constructie of de onderdelen van de desbetreffende constructie.

Regeling
Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF)
Afkortingen
COTIF
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBV0004155
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl