wetzoeker

Artikel 13 Verdrag inzake de sluikhandel over zee, ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen

BEPALINGEN BETREFFENDE DE UITOEFENING VAN RECHTSMACHT

1 Teneinde de vlaggestaat in staat te stellen te besluiten of hij al dan niet zijn primaire rechtsmacht zal uitoefenen in overeenstemming met de bepalingen van artikel 14, zendt de tussenkomende staat de vlaggestaat onverwijld een samenvatting van het bewijsmateriaal betreffende alle strafbare feiten dat naar aanleiding van krachtens artikel 9 genomen maatregelen is ontdekt. De vlaggestaat dient de ontvangst daarvan terstond te bevestigen.

2 Indien de tussenkomende staat bewijsmateriaal ontdekt op grond waarvan hij van oordeel is dat er strafbare feiten zijn begaan die buiten de reikwijdte van dit Verdrag vallen, of dat er verdachte personen aan boord van het vaartuig zijn die niet bij de relevante strafbare feiten zijn betrokken, stelt hij de vlaggestaat daarvan in kennis. Waar nodig plegen de betrokken partijen overleg.

3 De bepalingen van dit Verdrag dienen zodanig te worden uitgelegd dat de tussenkomende staat andere maatregelen dan die welke zijn gericht op de opsporing en vervolging van relevante strafbare feiten, waaronder de detentie van personen, slechts mag nemen wanneer:

a. de vlaggestaat daarmede uitdrukkelijk instemt; of

b. deze maatregelen zijn gericht op de opsporing en vervolging van een strafbaar feit dat is begaan nadat de persoon is overgebracht naar het grondgebied van de tussenkomende staat.

Regeling
Verdrag inzake de sluikhandel over zee, ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-2013
BWB-id
BWBV0004141
Versie
2013-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl