wetzoeker

Artikel 21 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel

MATERIEEL STRAFRECHT

1 Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig kunnen zijn om medeplichtigheid aan of uitlokking van elk van de overeenkomstig de artikelen 18 en 20 van dit Verdrag omschreven feiten, indien zulks opzettelijk geschiedt, strafbaar te stellen.

2 Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig kunnen zijn om een poging tot het plegen van een van de in de artikelen 18 en 20, onderdeel a, van dit Verdrag omschreven feiten, indien zulks opzettelijk geschiedt, strafbaar te stellen.

Regeling
Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-08-2010
BWB-id
BWBV0004138
Versie
2010-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl