wetzoeker

Artikel 19 Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik

MATERIEEL STRAFRECHT

1 Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat de volgende opzettelijke gedragingen strafbaar worden gesteld:

a. het werven van een kind voor prostitutie of ervoor zorgen dat een kind deelneemt aan prostitutie;

b. het dwingen van een kind tot prostitutie of daar voordeel uit trekken, dan wel anderszins een kind uitbuiten met een dergelijk oogmerk;

c. het toevlucht nemen tot kinderprostitutie.

2 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het begrip „kinderprostitutie” verstaan het feit dat een kind wordt gebruikt voor seksuele activiteiten waarbij bij wijze van betaling geld of een andere vorm van beloning of vergoeding wordt gegeven of beloofd, ongeacht of deze betaling, belofte of vergoeding aan het kind of een derde wordt gegeven of gedaan.

Regeling
Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-07-2010
BWB-id
BWBV0004127
Versie
2010-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl