wetzoeker

Artikel 14 Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)

ALGEMENE BESCHERMING

1 De bezettende mogendheid heeft de plicht te verzekeren, dat onafgebroken kan worden voorzien in de medische behoeften van de burgerbevolking in bezet gebied.

2 De bezettende mogendheid mag derhalve geen burgerlijke medische formaties, hun uitrusting, hun materieel of de diensten van hun personeel vorderen, zolang die hulpmiddelen noodzakelijk zijn voor het verschaffen van toereikende medische diensten ten behoeve van de burgerbevolking en voor de voortzetting van de medische verzorging van de gewonden en zieken, die reeds onder behandeling zijn.

3 De bezettende mogendheid mag, mits hij de algemene regel, neergelegd in het tweede lid, in acht blijft nemen, de bovenbedoelde hulpmiddelen vorderen onder de volgende bijzondere voorwaarden:

(a) dat de hulpmiddelen nodig zijn voor een toereikende en onmiddellijke medische behandeling van de gewonden en zieken van de strijdkrachten van de bezettende mogendheid of van krijgsgevangenen;

(b) dat de vordering niet langer duurt dan gezien het bovenstaande noodzakelijk is;

(c) dat onmiddellijk maatregelen worden genomen om te verzekeren dat onafgebroken kan worden voorzien in de medische behoeften van de burgerbevolking, evenals in die van de gewonden en zieken onder behandeling die door de vordering worden getroffen.

Regeling
Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-1994
BWB-id
BWBV0004091
Versie
1994-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl