wetzoeker

Artikel 41 Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)

METHODEN EN MIDDELEN VAN OORLOGVOERING

1 Een persoon die, naar wordt onderkend, of in de gegeven omstandigheden zou moeten worden onderkend, buiten gevecht verkeert, mag niet het doelwit van een aanval worden gemaakt.

2 Een persoon verkeert buiten gevecht indien:

(a) hij zich in de macht van een tegenpartij bevindt;

(b) hij duidelijk het voornemen te kennen geeft, zich over te geven; of

(c) hij het bewustzijn heeft verloren of op andere wijze door verwondingen of ziekte is uitgeschakeld, en daarom niet in staat is zich te verdedigen,

mits hij zich in alle genoemde gevallen onthoudt van iedere vijandelijke handeling en niet tracht te ontvluchten.

3 Wanneer personen die aanspraak kunnen maken op bescherming als krijgsgevangene, in handen van een tegenpartij zijn gevallen onder ongebruikelijke gevechtsomstandigheden die hun evacuatie, als geregeld in Deel III, Sectie I, van het Derde Verdrag verhinderen, dienen zij te worden vrijgelaten en dienen alle voorzorgen die praktisch uitvoerbaar zijn te worden getroffen om hun veiligheid te waarborgen.

Regeling
Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-1994
BWB-id
BWBV0004091
Versie
1994-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl