wetzoeker

Artikel 16 Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)

WERKEN EN INSTALLATIES DIE GEVAARLIJKE KRACHTEN BEVATTEN

1 Het bijzondere internationale teken voor werken en installaties die gevaarlijke krachten bevatten, als voorzien in artikel 56, zevende lid, van het Protocol, bestaat uit een groep van drie helder oranje cirkels van gelijke grootte, geplaatst op één as, zodanig dat de afstand tussen de cirkels gelijk is aan de straal, overeenkomstig figuur 5 hieronder.

2 Het teken dient zo groot te zijn als onder de desbetreffende omstandigheden wenselijk is. Wanneer het op een groot oppervlak is aangebracht, kan het zo dikwijls worden herhaald als onder de desbetreffende omstandigheden wenselijk is. Het dient zoveel mogelijk te worden aangebracht op platte oppervlakken of op vlaggen, zodat het vanuit zoveel mogelijk richtingen en vanaf een zo groot mogelijke afstand zichtbaar is.

3 Wanneer het teken op een vlag is aangebracht, dient de afstand tussen de uiteinden van het teken en de aangrenzende zijkanten van de vlag gelijk te zijn aan de straal van de cirkels. De vlag dient rechthoekig te zijn en een witte ondergrond te bezitten.

4 Des nachts of bij beperkt zicht kan het teken worden verlicht of belicht. Het kan ook van materialen worden gemaakt die het herkenbaar maken door middel van technische detectiemiddelen.

Figuur 5 - Bijzonder internationaal teken voor werken en installaties die gevaarlijke krachten bevatten

Regeling
Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-1994
BWB-id
BWBV0004091
Versie
1994-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl