wetzoeker

Artikel 2 Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)

IDENTITEITSKAARTEN

1 De identiteitskaart voor het tijdelijke burgerlijke medisch personeel en de tijdelijke burgerlijke geestelijke verzorgers dient zoveel mogelijk gelijk te zijn aan de in artikel 1 van deze voorschriften bedoelde kaart. De partijen bij het conflict kunnen het model van figuur 1 als richtsnoer nemen.

2 Wanneer de omstandigheden niet toelaten dat aan tijdelijk burgerlijk medisch personeel en tijdelijke burgerlijke geestelijke verzorgers identiteitskaarten worden verstrekt, die gelijk zijn aan de in artikel 1 van deze Voorschriften bedoelde identiteitskaarten, kan aan het genoemde personeel en de genoemde geestelijke verzorgers een certificaat worden verstrekt, dat is ondertekend door de bevoegde autoriteit, waarin wordt verklaard dat degene aan wie het is afgegeven, is aangewezen om dienst te doen als tijdelijk personeelslid of als tijdelijk geestelijke verzorger en waaruit indien mogelijk tevens de duur van die dienst en het recht het kenteken te dragen, blijken. Het certificaat dient de naam van de houder en diens geboortedatum (of, indien die datum niet bekend is, de leeftijd ten tijde dat het certificaat werd afgegeven) te vermelden, evenals zijn functie en zijn eventuele persoonsnummer. Het dient te zijn voorzien van zijn handtekening of duimafdruk, of van beide.

Regeling
Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-1994
BWB-id
BWBV0004091
Versie
1994-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl