wetzoeker

Artikel 10 Overeenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, ter bestrijding van fraude en andere illegale activiteiten die hun financiële belangen schaden

ALGEMENE BEPALINGEN

De autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij kan een verzoek om samenwerking afwijzen wanneer het duidelijk is dat:

a. het aantal en de aard van de binnen een bepaalde periode door de verzoekende overeenkomstsluitende partij ingediende verzoeken de autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij onevenredig zwaar belasten;

b. de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij voor het verkrijgen van de gevraagde inlichtingen niet eerst een beroep heeft gedaan op alle gebruikelijke bronnen die zij in de gegeven omstandigheden had kunnen benutten zonder het verkrijgen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.

Regeling
Overeenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, ter bestrijding van fraude en andere illegale activiteiten die hun financiële belangen schaden
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
21-03-2010
BWB-id
BWBV0004079
Versie
2010-03-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl