wetzoeker

BIJLAGE II Verdrag inzake de Internationale Maritieme Organisatie

(Waarnaar verwezen wordt in artikel 70.)

Rechtsbevoegdheid, Voorrechten en Immuniteiten

Zolang zij nog niet zijn toegetreden tot het Algemene Verdrag nopens de Voorrechten en Immuniteiten van de Gespecialiseerde Organisaties, nemen de Leden ten aanzien van de Organisatie de volgende bepalingen betreffende de rechtsbevoegdheid, voorrechten en immuniteiten in acht.

Paragraaf 1. | De Organisatie geniet op het grondgebied van ieder harer Leden zodanige rechtsbevoegdheid als noodzakelijk is voor het bereiken harer doeleinden en voor de uitoefening van haar functies.

Paragraaf 2.

a) De Organisatie geniet op het grondgebied van ieder harer Leden zodanige voorrechten en immuniteiten als noodzakelijk zijn voor het bereiken harer doeleinden en voor de uitoefening van haar functies.

b) Vertegenwoordigers van de Leden waaronder begrepen hun plaatsvervangers en deskundigen, alsmede de ambtenaren en het personeel van de Organisatie genieten eveneens zodanige voorrechten en immuniteiten als noodzakelijk zijn voor de onafhankelijke uitoefening van hun functies in verband met de Organisatie.

Paragraaf 3. | Bij toepassing van het bepaalde in Paragraaf 1 en 2 van deze Bijlage houden de Leden, voor zover mogelijk rekening met de standaardbepalingen van het Algemene Verdrag nopens de Voorrechten en Immuniteiten van de Gespecialiseerde Organisaties.

Regeling
Verdrag inzake de Internationale Maritieme Organisatie
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
07-12-2008
BWB-id
BWBV0004069
Versie
2008-12-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl