wetzoeker

Artikel 5 Verdrag inzake het voorkomen van staatloosheid met betrekking tot statenopvolging

1 Een opvolgerstaat verleent zijn nationaliteit aan personen die op het tijdstip van de statenopvolging de nationaliteit hadden van de voorgangerstaat en die ten gevolge van de statenopvolging staatloos zijn geworden of zouden worden, indien zij op dat tijdstip:

a. hun gewone verblijf hadden op het grondgebied dat grondgebied is geworden van de opvolgerstaat, of

b. niet hun gewone verblijf hadden in een van de betrokken staten, maar wel voldoende band met de opvolgerstaat.

2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt onder voldoende band onder meer verstaan:

a. een juridische band met een territoriale eenheid van een voorgangerstaat die grondgebied van de opvolgerstaat is geworden;

b. geboren zijn op het grondgebied dat grondgebied van de opvolgerstaat is geworden;

c. laatste gewone verblijfplaats op het grondgebied van de voorgangerstaat dat grondgebied van de opvolgerstaat is geworden.

Regeling
Verdrag inzake het voorkomen van staatloosheid met betrekking tot statenopvolging
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-10-2011
BWB-id
BWBV0004054
Versie
2011-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl