wetzoeker

Artikel 18 Verdrag inzake het voorkomen van staatloosheid met betrekking tot statenopvolging

1 Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de lidstaten van de Raad van Europa en de niet-lidstaten die hebben deelgenomen aan de opstelling ervan. Deze staten kunnen hun instemming te worden gebonden tot uitdrukking brengen door:

a. ondertekening zonder voorbehoud ten aanzien van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of

b. ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2 Dit Verdrag treedt in werking, voor alle staten die hun instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht, op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van drie maanden na de datum waarop drie lidstaten van de Raad van Europa hun instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht overeenkomstig de bepalingen van het vorige lid.

3 Met betrekking tot iedere staat die later zijn instemming door dit Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking brengt, treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van drie maanden na de datum van ondertekening of van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Regeling
Verdrag inzake het voorkomen van staatloosheid met betrekking tot statenopvolging
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-10-2011
BWB-id
BWBV0004054
Versie
2011-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl