wetzoeker

Nr. II Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Japan houdende een overeenkomst inzake de schadeloosstelling door Japan voor het tot zinken brengen van het s.s. “Op ten Noort”

Tokio, 30 oktober 1978

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uw nota van heden, die als volgt luidt:

(zoals in Nr. I)

Ik heb de eer U mede te delen dat mijn Regering instemt met de inhoud van Uw nota en te bevestigen dat deze nota en Uw nota worden geacht een overeenkomst te vormen tussen de Regering van Japan en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, die in werking zal treden bij ontvangst door de Regering van Japan van de schriftelijke kennisgeving van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden van de voltooiing van de vereiste binnenlandse procedures van de zijde van het Koninkrijk der Nederlanden.

Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) J. KAUFMANN

Buitengewoon en Gevolmachtigd

Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden

Zijner Excellentie

Sunao Sonoda

Minister van Buitenlandse Zaken

van Japan

Regeling
Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Japan houdende een overeenkomst inzake de schadeloosstelling door Japan voor het tot zinken brengen van het s.s. “Op ten Noort”
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-03-1979
BWB-id
BWBV0003958
Versie
1979-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl