wetzoeker

Nr. I Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Gemenebest van de Bahamas inzake de toepassing van het op 31 mei 1932 te Londen tussen Nederland en Groot-Brittanie gesloten Verdrag houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken, zoals aangevuld te 's-Gravenhage op 17 november 1967

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Postbus N-3746

Nassau, Bahamas

Kenmerk EXT/133/17

3 maart 1977

Excellentie,

Ik heb de eer Uw aandacht te vestigen op de mededeling, gericht aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties van 10 juli 1973, dat de Regering van het Gemenebest van de Bahamas in beginsel erkent dat de verdragsrechten en -verplichtingen van de voormalige Kolonie Bahamas, die onder verantwoordelijkheid stond van het Verenigd Koninkrijk, bij het onafhankelijk worden daarvan krachtens ongeschreven volkenrecht zijn overgegaan op het Gemenebest van de Bahamas; aangezien sommige verdragen krachtens ongeschreven volkenrecht vermoedelijk zijn vervallen op de datum waarop het Gemenebest van de Bahamas onafhankelijk is geworden, leek het noodzakelijk elk verdrag afzonderlijk aan een juridisch onderzoek te onderwerpen.

De Regering van het Gemenebest van de Bahamas heeft het volgende Verdrag onderzocht:

Verdrag houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Londen op 31 mei 1932.

Ik heb de eer Uwer Excellentie's Regering mede te delen dat het de wens van de Regering van het Gemenebest van de Bahamas is dat bovengenoemd Verdrag tussen onze onderscheiden landen voor de daarin geregelde aangelegenheden van kracht blijft. Indien bovenstaand voorstel aanvaardbaar is voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, heb ik de eer voor te stellen dat deze brief en Uwer Excellentie's antwoord in die zin een overeenkomst tussen onze beide Regeringen vormen ter voortzetting van de werking van het Verdrag houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken, ondertekend op 31 mei 1932, en wel met ingang van de datum van Uwer Excellentie's antwoord.

Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

(w.g.) P. L. ADDERLEY

P. L. Adderley

Minister van Buitenlandse Zaken

van het Gemenebest van de

Bahamas

De Minister van Buitenlandse Zaken

van het Koninkrijk der Nederlanden,

's-Gravenhage,

Nederland

Regeling
Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Gemenebest van de Bahamas inzake de toepassing van het op 31 mei 1932 te Londen tussen Nederland en Groot-Brittanie gesloten Verdrag houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken, zoals aangevuld te 's-Gravenhage op 17 november 1967
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
18-11-1981
BWB-id
BWBV0003950
Versie
1981-11-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl