wetzoeker

Nr. II Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Regering van Fidji inzake de toepassing van het op 31 mei 1932 te Londen tussen Nederland en Groot-Brittannië gesloten Verdrag, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken

No. 1990

De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden biedt het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Fidji haar complimenten aan en heeft de eer te verwijzen naar de brief van 20 oktober 1971 van de Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken van Fidji aan de Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden, No. 1173/15/1, die als volgt luidt:

(zoals in Nr. I)

De Ambassade heeft de eer het Ministerie mede te delen dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden het voorstel van de Regering van Fidji aanvaardt, dat het op 31 mei 1932 te Londen ondertekende Verdrag tussen Nederland en Groot-Brittannië, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken, bindend zal zijn tussen hun landen, met dien verstande dat met betrekking tot Fidji het Verdrag zal worden gewijzigd door de woorden „Senior Master of the Supreme Court of Judicature” te vervangen door „Chief Registrar of the Supreme Court”, overal waar deze in de tekst voorkomen.

De Ambassade heeft de eer het Ministerie verder mede te delen dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden bereid is een overeenkomst in dien zin aan te gaan met de Regering van Fidji.

De Nederlandse Regering stelt echter voor, dat deze overeenkomst, die zal worden gevormd door de brief van de Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken van Fidji van 20 oktober 1971, No. 1173/15/1, deze Nota en de Nota van het Ministerie als bevestigend antwoord daarop, op zodanige wijze zal worden toegepast, dat aanvragen van de bevoegde rechterlijke autoriteit van het ene land aan de bevoegde rechterlijke autoriteit van het andere land om betekening van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken of om bewijslevering, kunnen worden geadresseerd en verzonden in overeenstemming met het bepaalde in en krachtens het Verdrag van 1932, dan wel rechtstreeks kunnen geschieden tussen deze rechterlijke autoriteiten.

De Nederlandse Regering stelt verder voor dat deze overeenkomst van kracht zal worden op de datum waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de Regering van Fidji schriftelijk heeft medegedeeld, dat aan de in het Koninkrijk der Nederlanden voor deze overeenkomst grondwettelijk vereiste procedures is voldaan.

De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden moge van deze gelegenheid gebruik maken om de verzekering van haar zeer bijzondere hoogachting jegens het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Fidji te hernieuwen.

Wellington

22 april 1974

Regeling
Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Regering van Fidji inzake de toepassing van het op 31 mei 1932 te Londen tussen Nederland en Groot-Brittannië gesloten Verdrag, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
18-11-1975
BWB-id
BWBV0003947
Versie
1975-11-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl