wetzoeker

Artikel 9 Overeenkomst ter regeling van de activiteiten van Staten op de maan en andere hemellichamen

1 De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst mogen bemande en onbemande stations op de maan vestigen. Een Staat die Partij is bij deze Overeenkomst en die een station op de maan vestigt, maakt uitsluitend gebruik van het voor het functioneren van het station vereiste gebied en stelt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties onmiddellijk in kennis van de plaats en het doel van dit station. Vervolgens dient deze Staat ieder jaar tevens aan de Secretaris-Generaal mede te delen of het station in gebruik blijft en of het doel ervan is gewijzigd.

2 De stations worden op zodanige wijze geplaatst, dat zij de vrije toegang tot alle gebieden van de maan niet belemmeren voor personeel, voertuigen en uitrusting van andere Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst en die activiteiten op de maan verrichten in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst of met artikel I van het Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen.

Regeling
Overeenkomst ter regeling van de activiteiten van Staten op de maan en andere hemellichamen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
11-07-1984
BWB-id
BWBV0003946
Versie
1984-07-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl