Nr. I Briefwisseling tussen de Nederlandse, de Belgische en de Luxemburgse Regering, enerzijds, en de Spaanse Regering, anderzijds, inzake de vereenvoudiging van het reisverkeer van hun onderscheiden onderdanen
AMBASSADE
VAN BELGIË
AMBASSADE
VAN HET KONINKRIJK
DER NEDERLANDEN
Mijnheer de Minister,
Wij hebben de eer Uwer Excellentie ter kennis te brengen dat de Regeringen van de Beneluxlanden, gezamenlijk optredend op grond van de op 11 april 1960 te Brussel ondertekende Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied, bereid zijn met de Spaanse Regering een overeenkomst ter vereenvoudiging van het reisverkeer van hun onderscheiden onderdanen te sluiten.
Te dien einde en met inachtneming van de regelingen voortvloeiend uit de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied hebben wij de eer het volgende voor te stellen:
1. In deze overeenkomst wordt verstaan:
- onder „de Beneluxlanden”: het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
- onder „het Beneluxgebied”: de gezamenlijke grondgebieden in Europa van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
- onder „het Spaanse grondgebied”: het Spaanse schiereiland, de Balearen, de Canarische Eilanden, Ceuta en Melilla.
2. Onderdanen van de Beneluxlanden mogen, ongeacht de plaats van vertrek, voor een verblijf van ten hoogste drie maanden, het Spaanse grondgebied via alle officiële grensposten binnenkomen en verlaten, waartoe zij slechts in het bezit behoeven te zijn van een van onderstaande reisdocumenten:
A. Belgen
a. een geldig nationaal paspoort;
b. een Belgische identiteitskaart, afgegeven door een Belgisch gemeentebestuur of door een Belgische diplomatieke of consulaire post;
c. een identiteitskaart zonder foto voor Belgische kinderen beneden de leeftijd van 12 jaar, voor zover deze kinderen in het gezelschap van hun ouders reizen.
B. Luxemburgers
a. een geldig nationaal paspoort;
b. een Luxemburgse identiteitskaart.
C. Nederlanders
a. een geldig nationaal paspoort;.
b. een geldige identiteitskaart („toeristenkaart”).
3. Spaanse onderdanen mogen, ongeacht de plaats van vertrek, voor een verblijf van ten hoogste drie maanden het grondgebied van elk der Beneluxlanden via alle officiële grensposten binnenkomen en verlaten, waartoe zij slechts in het bezit behoeven te zijn van een geldig nationaal paspoort of een geldig Spaans nationaal identiteitsbewijs.
De toepassing van deze paragraaf wordt wat het gebruik van het Spaans nationaal identiteitsbewijs betreft, opgeschort tot op de zestigste dag volgende op de kennisgeving van de Spaanse Regering aan de Belgische Regering inzake het opheffen van deze opschorting. De Belgische Regering stelt de Regeringen der beide andere Beneluxlanden hiervan in kennis. Blijft deze kennisgeving achterwege, dan dienen de Spaanse onderdanen in het bezit te zijn van een geldig nationaal paspoort om een van de Beneluxlanden te mogen binnenkomen.
4. Onderdanen van de Beneluxlanden en Spaanse onderdanen die van plan zijn langer dan drie maanden op Spaans grondgebied, onderscheidenlijk op het grondgebied van een der Beneluxlanden te verblijven, dienen in het bezit te zijn van een geldig nationaal paspoort en vóór hun vertrek de daartoe noodzakelijke vergunning te hebben verkregen door tussenkomst van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van het land waarheen zij zich willen begeven; deze vergunning wordt kosteloos afgegeven.
5. Elke Regering behoudt zich het recht voor de toegang tot haar land te weigeren aan personen die niet in het bezit zijn van het voor binnenkomst vereiste reisdocument, niet beschikken over voldoende middelen van bestaan of over de mogelijkheid deze door wettelijk geoorloofde arbeid te verwerven, als ongewenst zijn gesignaleerd, of beschouwd worden als personen die de openbare rust, de openbare orde of de nationale veiligheid kunnen verstoren.
6. Behoudens de voorgaande bepalingen blijven de in de Beneluxlanden en in Spanje van kracht zijnde wetten en voorschriften met betrekking tot de binnenkomst, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, alsmede met betrekking tot het verrichten van werkzaamheden van toepassing.
7. Elke Regering verplicht zich te allen tijde en zonder formaliteiten op haar grondgebied toe te laten houders van een der in deze overeenkomst genoemde en door deze Regering afgegeven reisdocumenten, alsmede personen van wie is bewezen dat zij onderdanen zijn van het door deze Regering vertegenwoordigde land.
Elke Regering laat eveneens toe personen die niet meer in het bezit zijn van een reisdocument indien is vastgesteld dat dezen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn binnengekomen met een der in het voorgaande lid bedoelde reisdocumenten.
8. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze overeenkomst worden uitgebreid tot Suriname en de Nederlandse Antillen door middel van een kennisgeving van de Nederlandse Regering aan de Spaanse Regering.
9. Elk der Overeenkomstsluitende Regeringen kan de toepassing van deze overeenkomst schorsen door middel van een achtenveertig uur tevoren gedane kennisgeving langs diplomatieke weg aan de Belgische Regering.
De schorsing, door een der Overeenkomstsluitende Regeringen heeft eveneens schorsing voor de andere Overeenkomstsluitende Regeringen tot gevolg.
De schorsing laat evenwel het bepaalde in de paragrafen 7 en 10 van deze overeenkomst onverlet.
De Belgische Regering stelt de andere Overeenkomstsluitende Regeringen op de hoogte van de ontvangst van de in deze paragraaf bedoelde kennisgeving. Hetzelfde geldt voor de intrekking van bedoelde maatregel.
10. Deze overeenkomst treedt dertig dagen na deze briefwisseling in werking voor de duur van één jaar. Indien zij niet dertig dagen vóór het verstrijken van die periode is opgezegd, wordt zij geacht voor onbepaalde tijd te zijn verlengd. Na de eerste periode van een jaar kan elk der Overeenkomstsluitende Regeringen haar opzeggen door dertig dagen tevoren de Belgische Regering hiervan in kennis te stellen.
De opzegging door een der Overeenkomstsluitende Regeringen heeft beëindiging van de overeenkomst tot gevolg.
De Belgische Regering deelt de andere Overeenkomstsluitende Regeringen de ontvangst mede van de in deze paragraaf bedoelde kennisgevingen.
11. Met de onderhavige overeenkomst komen de bepalingen van de bij briefwisseling van 27 mei 1959 tussen de Spaanse Regering, enerzijds, en elk der Regeringen der Beneluxlanden, anderzijds, gesloten regelingen te vervallen.
Indien Uw Regering bereid is met de Regeringen van de Beneluxlanden een overeenkomst te sluiten overeenkomstig de bovenstaande regelingen, hebben wij de eer voor te stellen dat deze brief en Uwer Excellentie's bevestigende antwoordbrieven aan ieder van ons een overeenkomst vormen tussen de Spaanse Regering en de Regeringen van de Beneluxlanden.
Gelief, Excellentie, de hernieuwde verzekering van onze zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.
Madrid, 27 juni 1972,
Voor de Regering van het Koninkrijk België,
(w.g.) ROBERT VAES
Robert Vaes
Voor de Regering van het Groothertogdom Luxemburg,
(w.g.) LEWE VAN ADUARD
E. J. Baron Lewe van Aduard
Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,
(w.g.) LEWE VAN ADUARD
E. J. Baron Lewe van Aduard
Zijner Excellentie
de Heer Gregorio Lopez Bravo,
Minister van Buitenlandse Zaken,
Madrid.
- Regeling
- Briefwisseling tussen de Nederlandse, de Belgische en de Luxemburgse Regering, enerzijds, en de Spaanse Regering, anderzijds, inzake de vereenvoudiging van het reisverkeer van hun onderscheiden onderdanen
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 27-07-1972
- BWB-id
- BWBV0003944
- Versie
- 1972-07-27_0