wetzoeker

Artikel II Overeenkomst inzake de registratie van in de kosmische ruimte gebrachte voorwerpen

1 Wanneer een ruimtevoorwerp wordt gebracht in een baan om de aarde of daarbuiten, registreert de lancerende Staat dat voorwerp door middel van een inschrijving in een daartoe bestemd register dat door hem wordt bijgehouden. De lancerende Staat stelt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in kennis van het instellen van een zodanig register.

2 Wanneer er twee of meer lancerende Staten zijn met betrekking tot een zodanig ruimtevoorwerp, bepalen deze gezamenlijk wie van hen het voorwerp zal registreren overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, rekening houdend met het bepaalde in artikel VIII van het Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij. het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, en onverminderd de terzake dienende overeenkomsten die zijn of worden gesloten tussen de lancerende Staten ten aanzien van de rechtsbevoegdheid en de zeggenschap over het ruimtevoorwerp en over de eventuele bemanning daarvan.

3 De inhoud van ieder register en de voorwaarden waaronder het wordt bijgehouden, worden bepaald door de Staat van registratie.

Regeling
Overeenkomst inzake de registratie van in de kosmische ruimte gebrachte voorwerpen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
26-01-1981
BWB-id
BWBV0003900
Versie
1981-01-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl