wetzoeker

Artikel 5 Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)

BEVOEGDHEID

(1) Indien de partijen bij een geschil omtrent de aanspraak op verlening van het Europees octrooi, door middel van een schriftelijke overeenkomst of van een mondelinge overeenkomst die schriftelijk is bevestigd een rechterlijke instantie of de rechterlijke instanties van een bepaalde Verdragsluitende Staat hebben aangewezen om inzake dit geschil een beslissing te nemen, is alleen deze rechterlijke instantie of zijn alleen deze rechterlijke instanties van die Staat bevoegd.

(2) Indien de partijen een werknemer en zijn werkgever betreffen, is het eerste lid slechts van toepassing voor zover het op de arbeidsovereenkomst toepasselijke nationale recht een dergelijke overeenkomst toestaat.

Regeling
Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)
Afkortingen
EOV, Europees Octrooiverdrag
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2026
BWB-id
BWBV0003819
Versie
2026-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl