wetzoeker

Regel 123 Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)

MONDELINGE PROCEDURE EN VERKRIJGEN VAN BEWIJS

1 Het Europees Octrooibureau kan op verzoek onverwijld het verkrijgen van bewijs ten uitvoer leggen met het oog op het veiligstellen van het bewijs van feiten die van belang kunnen zijn bij een beslissing die het Europees Octrooibureau waarschijnlijk zal moeten nemen ten aanzien van een Europese octrooiaanvrage of een Europees octrooi, wanneer te vrezen valt dat het verkrijgen van bewijs later moeilijker of zelfs onmogelijk wordt. De datum van het verkrijgen van bewijs dient tijdig te worden medegedeeld aan de aanvrager of aan de houder van het octrooi om hen in staat te stellen daarbij aanwezig te zijn. Het Europees Octrooibureau kan alle ter zake dienende vragen stellen.

2 Het verzoek dient te bevatten:

a. de gegevens van de verzoeker overeenkomstig regel 41, tweede lid, onderdeel c;

b. een toereikende aanduiding van de desbetreffende Europese octrooiaanvrage of het desbetreffende Europees octrooi;

c. een omschrijving van de te bewijzen feiten;

d. de aanduiding van de bewijsmiddelen;

e. een uiteenzetting van de redenen die rechtvaardigen dat verwacht mag worden dat het verkrijgen van bewijs later moeilijker of zelfs onmogelijk zal kunnen worden.

3 De beslissing op het verzoek wordt genomen en het daaropvolgende verkrijgen van bewijs wordt ten uitvoer gelegd door het orgaan van het Europees Octrooibureau, die de beslissing zal moeten nemen waarvoor de te bewijzen feiten van belang zouden kunnen zijn. De bepalingen die betrekking hebben op het verkrijgen van bewijs in procedures voor het Europees Octrooibureau zijn van toepassing.

Regeling
Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)
Afkortingen
EOV, Europees Octrooiverdrag
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2026
BWB-id
BWBV0003819
Versie
2026-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl