wetzoeker

Regel 120 Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)

MONDELINGE PROCEDURE EN VERKRIJGEN VAN BEWIJS

1 Een partij, getuige of deskundige die is opgeroepen voor het Europees Octrooibureau kan het Europees Octrooibureau verzoeken om te worden gehoord door een bevoegde gerechtelijke instantie in het land waar zij wonen. Indien hierom wordt verzocht of indien binnen de in de oproep gestelde termijn geen antwoord wordt ontvangen, kan het Europees Octrooibureau in overeenstemming met artikel 131, tweede lid, de bevoegde gerechtelijke instantie verzoeken de betrokkene te horen.

2 Indien het Europees Octrooibureau het opnieuw horen van een door hem gehoorde partij, getuige of deskundige onder ede of op een gelijkelijk bindende wijze wenselijk acht, kan het overeenkomstig artikel 131, tweede lid, de bevoegde gerechtelijke instantie in het land waar de betrokkene woont hierom verzoeken.

3 Indien het Europees Octrooibureau een bevoegde gerechtelijke instantie verzoekt een verklaring af te nemen, kan het de gerechtelijke instantie verzoeken de verklaring onder ede of op een gelijkelijk bindende wijze af te nemen en een lid van het desbetreffende orgaan toe te staan daarbij aanwezig te zijn en de partij, getuige of deskundige, hetzij via de instantie, hetzij rechtstreeks, vragen te stellen.

Regeling
Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)
Afkortingen
EOV, Europees Octrooiverdrag
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-06-2026
BWB-id
BWBV0003819
Versie
2026-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl