wetzoeker

Artikel 50 Overeenkomst tot oprichting van het Afrikaanse Ontwikkelingsfonds

Rechtspositie; immuniteiten; vrijstellingen en voorrechten

(1) De immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten bedoeld in dit Hoofdstuk worden verleend in het belang van het Fonds. Het College van Bewindvoerders kan, in een door dit College te bepalen mate en op door dit College te bepalen voorwaarden, afstand doen van de in dit Hoofdstuk bedoelde immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten indien het van oordeel is dat de belangen van het Fonds hiermede zijn gediend.

(2) Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid, heeft de President het recht en de plicht de immuniteit van een personeelslid, daarbij inbegrepen deskundigen die voor het Fonds een opdracht vervullen, op te heffen in gevallen waarin die immuniteit naar zijn mening een goede rechtsgang zou belemmeren en zij kan worden opgeheven zonder de belangen van het Fonds te schaden.

Regeling
Overeenkomst tot oprichting van het Afrikaanse Ontwikkelingsfonds
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
04-07-2003
BWB-id
BWBV0003816
Versie
2003-07-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl