Slotakte van de Conferentie van Gevolmachtigden tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
1. De Europese Ruimteconferentie heeft op haar vergadering van 20 december 1972 besloten dat een nieuwe organisatie, „het Europese Ruimte-Agentschap” genaamd, zal worden gevormd uit de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek (ESRO) en de Europese Organisatie voor de ontwikkeling en de vervaardiging van dragers voor ruimtevoertuigen (ELDO). Het Comité van Plaatsvervangers van de Europese Ruimteconferentie heeft een Werkgroep „Europees Ruimte-Agentschap” ingesteld, met de opdracht de uitvoering van dit besluit te bestuderen. Op basis van de besprekingen gehouden in het Comité van Plaatsvervangers van de Europese Ruimteconferentie en in de Werkgroep „Europees Ruimte-Agentschap”, heeft het Secretariaat van de Europese Ruimteconferentie een Ontwerp-Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap opgesteld.
2. De Europese Ruimteconferentie heeft op haar vergadering van 31 juli 1973 haar besluit van 20 december 1972 bevestigd en haar goedkeuring gehecht aan de hoofdlijnen die bij de studies zijn gevolgd. Zij heeft op 15 april 1975 een Ontwerp-Verdrag goedgekeurd.
3. Op uitnodiging van de Franse regering en na overleg met de Voorzitter van de Europese Ruimteconferentie is te Parijs in het Ministerie van Buitenlandse Zaken op 30 mei 1975 bijeengekomen een Conferentie van Gevolmachtigden tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap.
4. Waren vertegenwoordigd:
(a) de regeringen van de volgende Staten:
- door vertegenwoordigers: het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, Spanje, het Koninkrijk Zweden en de Zwitserse Bondsstaat;
- door waarnemers: het Australische Gemenebest en de Oostenrijkse Republiek;
(b) de volgende internationale organisaties:
de Raad van Europa, de Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek en de Europese Organisatie voor de ontwikkeling en de vervaardiging van dragers voor ruimtevoertuigen.
5. De Conferentie heeft haar Bureau als volgt samengesteld:
President: Mijnheer M. d’Ornano (Frankrijk)
Secretaris: Mijnheer R. Gibson, Directeur Generaal van ESRO
en heeft een Commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven ingesteld, voorgezeten door Mijnheer P. Creola (Zwitserland), bijgestaan door Mijnheer C. Fernandez-Espeso (Spanje) en Mijnheer E. Winther (Denemarken).
De Conferentie heeft het verslag van de Commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven aangenomen.
6. De Conferentie heeft een verslag aangehoord van de Voorzitter van de Europese Ruimteconferentie inzake de maatregelen die zijn getroffen voor de tenuitvoerlegging van de door de Europese Ruimteconferentie op 20 december 1972 en op 31 juli 1973 genomen besluiten. Zij heeft in het bijzonder kennisgenomen van de vorderingen van de programma’s in gezamenlijk Europees verband in uitvoering genomen: het programma voor het ruimtelaboratorium Spacelab, het programma voor de maritieme satelliet Marots en het programma voor de draagraket Ariane. Zij heeft tevens kennis gegenomen van de Resoluties van de ESRO-Raad en de ELDO-Raad en van de andere reeds genomen of nog te nemen maatregelen betreffende de overdracht van het vermogen en het personeel aan het Europese Ruimte-Agentschap, ten einde dit in staat te stellen de werkzaamheden en lopende programma’s voort te zetten.
7. Op basis van de resolutie aangenomen door de Europese Ruimteconferentie op 15 april 1975 heeft de Conferentie van Gevolmachtigden de tekst van het Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap aangenomen. Bij dit Verdrag behoren vijf Bijlagen, die een integrerend deel daarvan vormen.
8. Bovendien heeft de Conferentie de tien aangehechte Resoluties aangenomen.
9. De Conferentie heeft besloten dat het Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap zal worden opengesteld voor ondertekening op 30 mei 1975 en tot 31 december 1975 voor ondertekening opengesteld zal blijven.
10. De Conferentie heeft kennisgenomen van het feit dat het Verdrag overeenkomstig artikel XXI in werking treedt wanneer de volgende Staten, die lid zijn van ESRO of ELDO, het hebben ondertekend en hun akte van bekrachtiging of aanvaarding hebben nedergelegd bij de Franse regering:
het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Italiaanse Republiek, het Koninkrijk der Nederlanden, Spanje, het Koninkrijk Zweden en de Zwitserse Bondsstaat.
- Regeling
- Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-01-2002
- BWB-id
- BWBV0003813
- Versie
- 2002-01-01_0