wetzoeker

Artikel XXVI Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap

Voorrechten en immuniteiten

Iedere Lid-Staat kan aan het internationale Scheidsgerecht bedoeld in artikel XVII van het Verdrag elk geschil voorleggen:

(a) dat betrekking heeft op door het Agentschap veroorzaakte schade;

(b) dat iedere andere niet-contractuele aansprakelijkheid van het Agentschap betreft;

(c) waarbij de Directeur-Generaal, een personeelslid of een deskundige van het Agentschap is betrokken en met betrekking waartoe de desbetreffende persoon zich overeenkomstig de artikelen XV, XVI, letter a, of XVII, letter a, op immuniteit van jurisdictie kan beroepen, indien deze immuniteit niet overeenkomstig artikel XXI is opgeheven. In geschillen waarbij aanspraak op immuniteit van jurisdictie wordt gemaakt overeenkomstig de artikelen XVI, letter a, of XVII, letter a, wordt de aansprakelijkheid van het Agentschap, voor deze arbitrage, in de plaats gesteld van die van de personen bedoeld in de genoemde artikelen.

Regeling
Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBV0003813
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl