wetzoeker

Artikel IV Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap

Financiële bepalingen

1 De goedgekeurde uitgaven voor de werkzaamheden bedoeld in artikel V van het Verdrag worden bestreden uit bijdragen, vastgesteld overeenkomstig artikel XIII van het Verdrag.

2 Wanneer een Staat overeenkomstig artikel XXII toetreedt tot het Verdrag, worden de bijdragen van de andere Lid-Staten opnieuw vastgesteld. Een nieuwe schaal, die van kracht wordt op een door de Raad te bepalen datum, wordt opgesteld op basis van de statistieken van het nationale inkomen over dezelfde jaren als die welke aan de bestaande schaal ten grondslag liggen. Indien nodig worden terugbetalingen verricht, ten einde te verzekeren dat de door alle Lid-Staten voor het lopende jaar betaalde contributies in overeenstemming zijn met het besluit van de Raad.

3

(a) De wijze waarop de betalingen van de bijdragen moeten geschieden ten einde de nodige geldmiddelen van het Agentschap te waarborgen, wordt bepaald in het Financieel Reglement.

(b) De Directeur-Generaal stelt de Lid-Staten in kennis van de hoogte van hun bijdrage en van de data waarop de betalingen dienen plaats te vinden.

Regeling
Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBV0003813
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl