wetzoeker

RESOLUTIE 7 — Gebruik van het potentieel en van de installaties van de Lid-Staten Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap

Gebruik van het potentieel en van de installaties van de Lid-Staten

De Conferentie,

Erkennend de noodzaak, de voorkeur te geven aan het gebruik van het potentieel en van de installaties ontwikkeld door of toebehorende aan het Europese Ruimte-Agentschap, alsmede de noodzaak de oprichting van overbodige installaties in Europa te vermijden,

Verzoekt het Agentschap, wanneer dit daaraan behoefte heeft, gebruik te maken van het potentieel en van de installaties van de Lid-Staten, mits overwegingen van economische aard zulks rechtvaardigen;

Aanvaardt het beginsel dat, in de gevallen waarin bij de werkzaamheden of een programma van het Agentschap gebruik wordt gemaakt van dit potentieel en van deze installaties, de daaruit voortvloeiende kosten voor rekening komen van de desbetreffende begroting van het Agentschap, waarbij over de samenstelling en wijze van berekening van die kosten voor ieder geval afzonderlijk door de deelnemende Staten in onderlinge overeenstemming wordt beslist;

Verzoekt het Agentschap de daartoe passende maatregelen te nemen.

Regeling
Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBV0003813
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl