wetzoeker

Artikel XXIV Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap

Voorrechten en immuniteiten

Geen enkele Lid-Staat is verplicht de in de artikelen XIV, XV, XVI, letters b, e en g, en XVII, letter c, bedoelde voorrechten en immuniteiten toe te kennen aan zijn eigen onderdanen of aan personen die op het tijdstip waarop zij hun werkzaamheden in die Lid-Staat aanvangen er ingezetene van zijn.

Regeling
Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBV0003813
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl