wetzoeker

DEEL I: — CATEGORIE I Overeenkomst tot instelling van het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling

CATEGORIE I

A. Verdeling der stemmen in de Raad van Bestuur

1. 17,5 procent van de stemmen van categorie I wordt gelijkelijk verdeeld onder de Leden in die categorie

2. De resterende 82,5 procent van de stemmen wordt onder de Leden in categorie I verdeeld naar verhouding van:

(a) de oorspronkelijke bijdrage van elk Lid zoals aangegeven in zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, en

(b) de aanvullende bijdragen en verhogingen in bijdragen van elk Lid, verstrekt overeenkomstig artikel 4, vijfde lid, letter (c), tot het totaal van de bijdragen van Leden in categorie I.

3. Bij de vaststelling van het aantal stemmen ingevolge paragraaf 2 wordt de waarde van de bijdragen uitgedrukt in hun equivalent in Bijzondere Trekkingsrechten op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst en daarna telkens wanneer er een verhoging is in het totaal der bijdragen van Leden in categorie I ten gevolge van toetreding van een nieuw Lid in categorie I, een verhoging in de bijdrage van een Lid in categorie I of aanvullende bijdragen van Leden in categorie I.

4. In de Raad van Bestuur heeft elke Bestuurder die een Lid in categorie I vertegenwoordigt, het recht de stemmen van dat Lid uit te brengen.

B. Verkiezing van leden van het College van Bewindvoerders en hun plaatsvervangers

1. Alle leden en plaatsvervangers van het College van Bewindvoerders uit categorie I hebben een ambtstermijn van drie jaar, hierbij inbegrepen degenen die werden gekozen bij de eerste verkiezing van leden van het College van Bewindvoerders.

2. Bij de stemming voor de verkiezing van de leden van het College van Bewindvoerders die Leden in categorie I vertegenwoordigen, brengt elke Bestuurder die zulk een Lid vertegenwoordigt alle stemmen waarop het Lid dat de Bestuurder heeft benoemd recht heeft, uit op één kandidaat.

3. Wanneer bij een stemming het aantal kandidaten gelijk is aan het aantal te kiezen leden, wordt elke kandidaat geacht te zijn gekozen met het aantal stemmen dat bij deze stemming op hem is uitgebracht.

4.

(a) Wanneer bij een stemming het aantal kandidaten groter is dan het aantal te kiezen leden, worden de zes kandidaten op wie het hoogste aantal stemmen is uitgebracht, verkozen, met de uitzondering dat een kandidaat op wie minder dan 9 procent van het totale aantal stemmen van categorie I is uitgebracht, niet als gekozen wordt beschouwd.

(b) Indien bij de eerste stemming zes leden zijn gekozen, worden de stemmen uitgebracht op de niet gekozen kandidaten geacht te hebben meegeteld bij de verkiezing van een van de zes leden, gekozen door elke Bestuurder die deze stemmen bezit.

5. Wanneer bij de eerste stemming geen zes leden zijn gekozen, wordt een tweede stemming gehouden, waarbij het Lid waarop het laagste aantal stemmen werd uitgebracht bij de vorige stemming, niet verkiesbaar is en waarin alleen hun stem uitbrengen:

(a) de Bestuurders die bij de voorgaande stemming voor een niet gekomen kandidaat hebben gestemd, en,

(b) de Bestuurders wier stemmen voor een gekozen Lid ingevolge paragraaf 6 worden geacht het aantal op dat Lid uitgebrachte stemmen te hebben verhoogd tot boven 15 procent van de stemmen die mogen worden uitgebracht.

6.

(a) Bij het bepalen of de door een Bestuurder uitgebrachte stemmen moeten worden geacht het totaal van een Lid te hebben verhoogd tot boven 15 procent van de stemmen die mogen worden uitgebracht, wordt de 15 procent geacht te omvatten, ten eerste de stemmen van de Bestuurder die het grootste aantal stemmen op dit Lid uitbrengt, dan de stemmen van de Bestuurder die het daaropvolgende aantal stemmen uitbrengt en zo voorts tot er 15 procent is bereikt.

(b) Indien bij een stemming twee of meer Bestuurders die een gelijk aantal stemmen bezitten, op dezelfde kandidaat hun stem hebben uitgebracht en de stemmen van een of meer, doch niet alle, zodanige Bestuurders geacht zouden kunnen worden het totaal aantal stemmen te hebben verhoogd tot boven 15 procent van de stemmen die mogen worden uitgebracht, wordt bij loting bepaald wie het recht heeft bij de volgende stemming zijn stem uit te brengen.

7. Iedere Bestuurder van wiens stemmen een gedeelte moet worden meegeteld ten einde het totaal van een lid te verhogen tot boven 12 procent, wordt geacht al zijn stemmen op zulk een lid uit te brengen, zelfs indien het totale aantal stemmen voor zulk een lid zodoende meer bedraagt dan 15 procent.

8. Indien na de tweede stemming geen zes leden zijn verkozen, wordt een volgende stemming gehouden volgens dezelfde beginselen totdat zes leden zijn gekozen, met dien verstande dat nadat vijf leden zijn gekozen, de zesde kan worden gekozen met een enkelvoudige meerderheid van de overblijvende stemmen en dat de overblijvende stemmen worden geacht te hebben meegeteld voor zijn verkiezing.

9. Elk in het College van Bewindvoerders gekozen lid kan een plaatsvervanger benoemen uit de Leden wier stemmen worden beschouwd het lid te hebben gekozen.

C. Verdeling der stemmen in het College van Bewindvoerders

1. In het College van Bewindvoerders is een lid, gekozen door een Bestuurder of Bestuurders die een Lid of Leden in categorie I vertegenwoordigt of vertegenwoordigen, gerechtigd de stemmen van dat Lid of die Leden uit te brengen. Wanneer het lid meer dan één Lid vertegenwoordigt, kan het de stemmen van de Leden die het vertegenwoordigt afzonderlijk uitbrengen.

2. Indien het stemrecht van een Lid van categorie I wordt gewijzigd tussen de tijdstippen bepaald voor de verkiezing van leden van het College van Bewindvoerders:

(a) wordt er geen wijziging aangebracht in deze leden als gevolg daarvan;

(b) worden de stemrechten van elk lid van het College van Bewindvoerders aangepast met ingang van de datum van inwerkingtreding van de wijziging in stemrechten van het Lid of de Leden die het vertegenwoordigt;

(c) kan de Bestuurder van een nieuw Lid van categorie I een bestaand lid van het College van Bewindvoerders aanwijzen dit Lid te vertegenwoordigen en zijn stemmen uit te brengen tot de volgende verkiezing van leden van het College. Tijdens die periode wordt een aldus aangewezen lid geacht te zijn gekozen door de Bestuurder die het lid heeft aangewezen.

D. Wijzigingen

1. De Bestuurders die Leden in categorie I vertegenwoordigen, kunnen bij een met eenparigheid van stemmen genomen besluit de bepalingen van secties A en B wijzigen. Tenzij anders besloten, treedt de wijziging onmiddellijk in werking. Wijzigingen van secties A en B worden ter kennis van de President gebracht.

2. De Bestuurders die Leden in categorie I vertegenwoordigen, kunnen de bepalingen van sectie C wijzigen bij een met een meerderheid van 75 procent van het totale aantal stemmen van deze Bestuurders genomen besluit. Tenzij anders besloten, treedt de wijziging onmiddellijk in werking. Wijzigingen van sectie C worden ter kennis van de President gebracht.

Regeling
Overeenkomst tot instelling van het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
18-02-2021
BWB-id
BWBV0003787
Versie
2021-02-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl